Birgit op de Laak | Burgemeester Gemeente Nederweert

College-Nederweert-bezoekt-nieuwe-burgemeester-Birgit-van-de-Laar-3.jpg

ik vraag om

uw verbeeldings-

kracht

In de afgelopen maanden organiseerden de verkenners diverse ‘Tafels’. Ontmoetingen dwars door Limburg van allerlei mensen die zich sterk verbonden voelen met een thema uit het sociale domein. Zo waren er tafels voor opbouwwerkers, startups, zorgverleners, onderwijsmensen en ook van strategen.

Tijdens die Tafel van de Strategen in het Heerlense C-Mill werd een keynote verzorgd door Birgit op de Laak, wethouder van Horst aan de Maas. Die sprak zo tot de verbeelding dat we die integraal afdrukken in dit magazine. Stap ter inspiratie achter op de fiets, eerst van die van de wethouder en daarna op die van een burger uit Horst die ‘anders’ is.

Ik ben Birgit, en wethouder. Ik schets u een fictieve, maar voorstelbare dag van zo iemand als ik. Deze dag bedenk ik aan het ontbijt dat de keuken in ons huis nu echt niet meer kan en ik besluit eventjes door te rijden naar de bank om een lening te bespreken. Dan zou die nieuwe keuken er voor dat familiefeest nog in kunnen zitten. Ik zet dan ook maar direct die ochtend koers naar de plaatselijke vestiging van de bank en meld me bij de receptie.

“Hallo, kan ik heel even de directeur spreken, ik heb een idee en een vraag.” “Heeft u een afspraak mevrouw Op de Laak”, vraagt de receptioniste. Ik zeg “nee, maar heb ook maar heel even nodig.” “Zou dan net tussen twee afspraken van de directeur in kunnen”, zegt ze me, “gaat u maar even zitten, ik regel een kopje koffie en sein de directeur even in.”

Het gesprek met de directeur verloopt allervriendelijkst en na een minuut of tien sta ik met een toezegging weer buiten.

Ik vertrek tevreden richting volgende afspraak, daarbij snijd ik een stukje rondweg af, door even tegen het eenrichtingsverkeer in, een route door het dorp te nemen. Ik zwaai links en rechts verontschuldigend naar tegenliggers die even aan de kant gaan. Geen probleem.

Bij de plaatselijke supermarkt besluit ik aan de koffietafel aan te schuiven met mijn tablet. Ik heb wat tijd over en kan net zo goed daar werken. Met een gratis bak koffie blader ik eerst eens door een tijdschrift uit het rek. De filiaalleider komt langs en vraagt in alle vriendelijkheid of het bevalt om in zijn zaak te flexwerken, of de wifi goed is en of ik misschien een koekje bij de koffie wil. Ik heb geen tijd om er ook boodschappen te doen, want herinner me dat ik nog langs zou gaan bij de startende ondernemer die zich recent in een woonwijkje vestigde.

Verder dus naar die woonwijk. Aangekomen realiseer ik me dat ik het adres niet precies weet, dus ik rijd al zoekend langzaam door diverse straten. Het duurt niet lang tot een buurtbewoner me groet en vraagt of hij me kan helpen. Ik ben overduidelijk iets of iemand aan het zoeken. Als ik vertel wie ik zoek, fietst hij vervolgens voor me uit en kom ik bij het juiste adres aan. Top geregeld, wat een warme, vriendelijke leefomgeving hebben we hier. We boffen maar.

Ik ben Marian, ik woon sinds kort in Limburg, nadat ik enkele jaren in een GGZ instelling heb gewoond. Mijn behandeling zit er bijna op, ik ga er alles aan doen om iets van te maken! Helaas heb ik behoorlijke schulden opgebouwd, het eerste waar ik nu mee aan de slag wil. Ik heb het hele weekend gewerkt aan een plan en trek vandaag de stoute schoenen aan om het met de bank te gaan bespreken.

Bij die bank tref ik een receptioniste die me vraagt of ik een afspraak heb. Dat is niet zo, maar ik heb maar kort tijd nodig van een medewerker 0mdat ik een uitgewerkt plan voor ze heb hoe ik in korte tijd schuldenvrij kan worden. De receptioniste vraagt mijn klantnummer en ziet dat ik een termijnbetaling van vorige maand niet voldaan heb. In die wetenschap krijg ik te horen: ‘we werken hier alleen op afspraak en zoals ik het zie bent u uw betalingsafspraak niet nagekomen wat een gesprek daarover sowieso onmogelijk maakt. Binnen tien minuten sta ik met de moed in de schoenen buiten.

Terugfietsend naar het dorp neem ik per ongeluk een nieuw ingerichte eenrichting straat in de verkeerde richting. Dat wordt me snel duidelijk gemaakt door de automobilisten met toeter en middelvinger.

Geschrokken strijk ik even neer bij de supermarkt voor enkele boodschappen en een korte adempauze aan de koffietafel. Ik zit er net als een medewerker aan me vraagt wat hier de bedoeling van is. Ik mag even blijven zitten, maar hij houdt me in de gaten. Niet lang daarna doet de opgeroepen bedrijfsleider daar een schepje boven op door me te sommeren nu plaats te maken voor andere gasten. Ik zie die gasten niet direct, maar betaal mijn boodschappen en vertrek.

Als laatste actie van deze dag zet ik koers naar het klein bureautje voor schuldhulpverlening waar ik van gehoord heb. Het zit in een woonwijk vlakbij en wellicht kan deze professional mijn plan eens beoordelen en deuren voor me openen.

In de betreffende wijk fiets ik aarzelend en zoekend rond omdat ik niet meer precies weet waar ik moet zijn. Links en rechts gaat een gordijntje opzij. Op het moment dat ik me voorneem daar aan te bellen en de weg te vragen, rijdt een politie auto de straat in. De agent houdt me staande en weet te melden dat er meerdere telefoontjes binnen zijn gekomen over een verwarde persoon in de doorgaans zo rustige woonwijk.

Ik vraag om uw verbeeldingskracht. Met dit portret als een sterk vereenvoudigde weergave van de sociale staat van Limburg. Je hoort erbij (en op grond waarvan dan?) of je bent een outsider (en waarom?). En ik zoom met u in op het kleine verhaal. De eenvoudige stap die een wereld van verschil kan maken. Om u en mij te inspireren eerst en vooral de mens te zien in plaats van de klant, de cliënt, de wethouder of de onbekende. En met elkaar te kijken wat daar uit voort kan komen.

Gemakshalve laat ik buiten beschouwing wat er aan krachtige sociale initiatieven te vinden is in alle hoeken van onze provincie. De economische crisis met verlies van werkgelegenheid, de decentralisaties in de zorg hebben o.a. gezorgd voor een Limburg in een gezonde staat van onrust en reuring.

En hoe jammer is het dat de economische crisis alweer voorbij lijkt en de zorg op de meeste plekken rustig geland. Het ergste wat ons nu kan gebeuren is dat we de broedplaatsen van sociale innovatie zien verschrompelen tot probeerseltjes van wereldvreemde buitenbeentjes. En dat de zichzelf rationeel noemende ondernemende types de oude route van macht en oude economische groei terug omarmen als het meest wenselijke scenario.

Rennen voor je leven en wie niet meekan is het zelf schuld. De aloude 85 % van ons zal in die loopwedstrijd wel weer min of meer meekunnen. Met links en rechts een burn-out, vechtscheidingen, schulden, stress, isolement en 15% van de mensen die om allerlei redenen (bewust of onbewust) niet aanhaken, niet mee kunnen of willen. Al die ziektebeelden en problemen en de niet-meedoeners lossen we dan weer op met zorg, medicijnen, indicaties, behandeling en re-integratie programma’s.

Ik wens Limburg die reflex-route niet toe. Hij ligt op de loer, maar het is een route van menselijke en sociale armoede en bepaald niet van geluk.

In het kielzog van de economische crisis, waarin Limburgse werknemers baan- en bestaanszekerheid zagen verdwijnen, werd ons ook nog gevraagd open te staan voor mede-Europeanen op zoek naar een beter bestaan en vluchtelingen uit oorlogsgebied.

Voor Limburg helemaal niet zo nieuw, maar vanwege de individuele onoverzichtelijkheid van het bestaan en de verloren gegane bekende sociale structuren (kerk, vereniging, vakbond) trekken we ons terug achter de eigen muren en wachten op z’n Limburgs tot het voorbij is. In het ergste geval hebben we tegen die tijd onze oude sociale verbandjes, van ons kent ons, alweer zo dichtgetimmerd dat er geen plek is voor nieuwkomers en andersdenkenden. Dat zou het sociale failliet van Limburg zijn.

De uitdaging ligt er dan ook in om in relatieve overzichtelijkheid (lees: veiligheid) de deur open te houden en een nieuwe inclusieve samenleving te bouwen. Op zoek te gaan naar de verbinding, de overeenkomsten in plaats van de verschillen.

Op Facebook circuleert een treffend filmpje waarin mensen gegroepeerd naar onder andere beroep (verpleegsters), uiterlijke kenmerken (tattoo-boys), leeftijd (ouderen) en religie (gesluierde moslima’s) vervolgens gevraagd wordt naar voren te stappen als ze moeder zijn, van tuinieren houden, of vroeger ervan droomden piloot te worden. Het resultaat kunt u raden en wellicht ook de vrolijke sfeer die ontstond tussen voorheen onbekenden.

Bij huisarts Jung in de Limburgse gemeente Bergen start het consult met het antwoord op de vraag hoe men zijn geluksgevoel laat scoren op een schaal van een tot vijf. Het gesprek dat daarop volgt leidt vaker tot een verwijzing naar de plaatselijke ontmoetingsactiviteit dan tot paracetamol.

Begrijp me goed, we hoeven niet allemaal volksdansend door het gemeenschapshuis en in de woonbuurt voortdurend aan de gezamenlijke BBQ. Alhoewel dat allemaal reuze gezellig kan zijn, is het niet voor iedereen en alles de vitale gemeenschap om gelukkig in te zijn.

Sonja Visser, ontwikkelaar van het zelfregiecentrum, wijst er met kracht op dat het voor bijvoorbeeld een autistische jongere heel waardevol is een wellicht digitaal contact te kunnen leggen met een gelijkgestemde ergens in Nederland of ergens op de wereld. Het waardevol contact met een ander mens, dat belangrijke haakje van verbinding, legt een bodem die niet door therapieën, behandelingen etc te vervangen is. Het legt de bodem voor inclusie. Erbij horen. Voor sommigen één op één, voor anderen in hele clubs. We hebben een gezonde staat van onrust en reuring nodig om die echte contacten en verbinding tot stand te laten komen en te bestendigen.

Daar kunnen we vandaag mee beginnen. Gewoon door iemand te vragen hoe hij zijn geluksgevoel zou scoren op een schaal van een tot vijf, of desnoods door het labeltje van de thee te gebruiken als aanleiding voor een goed gesprek.